NEN 2535
Brandmeldinstallaties in gebouwen
Eisen aan het ontwerp, de uitvoering, de compatibiliteit en de kwaliteit van brandmeldinstallaties. De centrale norm voor projectering in de utiliteitsbouw.
Waar de norm over gaat
NEN 2535 beschrijft hoe je een brandmeldinstallatie ontwerpt en uitvoert: welke delen van het gebouw worden bewaakt, welke melders je waar toepast, hoe de installatie is opgebouwd en hoe hij wordt opgeleverd. Het Bbl wijst de norm aan voor gebouwen waarin een brandmeldinstallatie verplicht is.
Begrippen die je nodig hebt
- Bewakingsomvang. Welk deel van het gebouw onder detectie valt: volledige bewaking, gedeeltelijke bewaking, ruimtebewaking of niet-automatische bewaking. Deze keuze volgt uit de eis in de regelgeving of uit het uitgangspuntendocument.
- Bewakingsoppervlak per melder. De oppervlakte die één melder betrouwbaar kan bewaken, afhankelijk van het meldertype, de plafondhoogte en de plafondvorm. Dit bepaalt hoeveel melders je nodig hebt.
- Doormelding. Of en hoe het alarm doorgaat naar de meldkamer.
- Uitgangspuntendocument (UPD). Het document waarin de gekozen bewakingsomvang, de sturingen en de aannames zijn vastgelegd. Dit is het referentiedocument bij inspectie.
Samenhang met andere normen
Een brandmeldinstallatie staat zelden alleen. De ontruimingsalarminstallatie valt onder NEN 2575, en het beheer, de controle en het onderhoud onder NEN 2654. Voor gebouwen met een inspectieplicht komt daar het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging bij.
Reacties
Vraag stellen of ervaring delen
Werk je in de sector? Vraag nadat je reactie geplaatst is een Geverifieerd vakgenoot-label aan bij de redactie.
Reacties worden gemodereerd en verschijnen doorgaans binnen één werkdag. Deel geen persoonsgegevens. Voor advies over een specifieke situatie: raadpleeg een gecertificeerd brandveiligheidsadviseur. Reactiebeleid
Nog geen reacties. Ben jij de eerste met een aanvulling of een vraag?